• Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn

Kijk-TV was fantastisch

Ik heb ooit de stoppen van mijn ouderlijk huis laten doorslaan met een experiment. Uit het cassettedeck sloopte ik het 12-volt aandrijfmotortje. Hypothese: als je daar nou 220 volt op aansluit, gaat ie dan ook 20x harder draaien? Uitkomst: een grote klap en een donker huis.

In elke sector die technisch personeel nodig heeft, hoor ik hetzelfde verhaal: we hebben straks een schreeuwend tekort aan technisch personeel. Of je nou met de FMW-CWM, Uneto-VNI of de mensen in de offshore industrie praat, de boodschap is telkens: “help, we komen straks mensen tekort”.

En dus zijn er plannen voor televisieseries over werken in de techniek. Ik zou een enorme voorstander zijn van de terugkomst van KIJK tv. Ik smulde destijds van de besnorde Wubbo Ockels, die uitlegde hoe laser werkte, wat je met glasvezelkabels kon doen, of hoe je de grootste steekvlammen kon maken (met een plantenspuit!). Allemaal prachtig. Maar het is te weinig…

Fragment van Kijk-TV

Op TV laten zien dat techniek heel leuk kan zijn, prima. Maar je moet het ervaren! En dat is het probleem van tegenwoordig. Jongeren die nu leven, hebben geen spullen meer die –als ze kapot gaan– uit elkaar gesloopt kunnen worden. Die je met een gewone schroevendraaier uit elkaar kunt halen. Waarmee je naar hartelust kunt experimenteren.

Mooi he! Reed bijna nooit.

Een paar voorbeelden uit mijn jeugd: Voorbeeld 1: een brommer. Die was vaker kapot dan dat ie reed. De uitlaat viel er telkens af (bij voorkeur ’s nachts). Dus heb ik uren en uren gesleuteld. Motor uit elkaar en weer in elkaar. Toch een handjevol ringetjes over, weer uit elkaar, etc etc. Tegenwoordig zijn die brommers zo goed: ze gaan bijna niet meer kapot! En als het zo is, heb je zulk specialistisch gereedschap nodig, dat je ‘m wel moet wegbrengen!

Probeer maar eens een baksteen erdoorheen te krijgen

Voorbeeld 2. De vuilnis. In mijn tijd werd dat nog in grote hopen langs de weg gezet. Onderweg van school naar huis, haalde ik er altijd wel wat oude apparaten uit die we konden slopen of mee experimenteren. Zo probeerden wij TV’s te laten imploderen (bijna onmogelijk met een baksteen), verbonden verwarmingselementen uit koffiezetapparaten met elkaar (wordt heet) en bouwden karren van oude kinderwagens. Maar nu? Geen vuilnis meer voor handen. Die wordt tegenwoordig in grijze bakken opgehaald, of gestort in ondergrondse containers. Waar moet je nu heen als je grondstoffen nodig hebt voor gevaarlijke experimenten?

Gewoon met een schroevendraaiertje en een potlood

Voorbeeld 3. Elektronica. Zoals al eerder gezegd. Ik had een voorliefde voor oude radio’s. Die kon je nog makkelijk uit elkaar halen. Het fijne was, ze waren aan de binnenkant nogal ruim opgezet. Dus je kon overal goed bij. Casettebandjes die meteen starten? Geen probleem, even openschroeven en het eerste aanloopje eruit knippen. En nu? Wie haalt nog een Iphone uit elkaar als ie het niet meer doet? Gewoon naar de winkel en een nieuwe kopen!

Moraal van dit verhaal? Wil je kinderen echt interesseren in techniek, dan moet je ze ook thuis bloot stellen aan experimenteermateriaal. Je kunt nog zoveel op TV uitzenden, maar de eerste keer 220 volt door je lijf onthoudt je toch beter. Dus: maak het opvoeren van brommers legaal, zet je oude apparaten gewoon voor de stortcontainer neer en wordt als ouder niet meteen boos als de stoppen weer eens doorspringen.